Lees rondom het gemarkeerde woord. Welk verband laat het zien?
Signaalwoorden
Lees straks korte teksten. Soms herken je het verband van een gemarkeerd signaalwoord. Soms kies je zelf welk signaalwoord het best past.
Signaalwoorden laten zien hoe zinnen of alinea's met elkaar verbonden zijn. Ze geven bijvoorbeeld aan dat er een tegenstelling, oorzaak, voorbeeld, volgorde of conclusie komt.
Voorbeeld: Het regende hard, maar de wedstrijd ging toch door. Het woord maar laat een tegenstelling zien.
OpsommingEr komt iets bij: ook, daarnaast, bovendien.
TegenstellingIets staat tegenover elkaar: maar, toch, echter.
Oorzaak-gevolgIets gebeurt door iets anders: daardoor, zodat.
RedenJe leest waarom iets zo is: want, omdat, aangezien.