Lees terug in de tekst. Waar verwijst het gemarkeerde woord naar?
Verwijswoorden
Lees straks korte teksten. Kies steeds waar het gemarkeerde verwijswoord naar verwijst. Na je antwoord zie je het verwijswoord en het juiste stukje tekst tegelijk gemarkeerd.
Verwijswoorden staan in de plaats van een persoon, dier, ding, plek of soms een hele gebeurtenis. Om het antwoord te vinden, lees je vaak een stukje terug.
Voorbeeld: Sara pakte haar jas. Ze liep naar buiten. Het woord Ze verwijst naar Sara.